Nieuws

07-05-2019

Dakisolatienorm 2020: de stand van zaken

Recent werd in het Vlaams Parlement een decreet goedgekeurd dat de regels inzake woningkwaliteitsnormering ingrijpend hervormt. Ook de uitvoeringsbesluiten zijn ondertussen in een vergevorderd stadium. Daarmee worden onder meer de technische verslagen herschreven. Het grootste deel van de hervorming treedt pas op 1 januari 2021 in werking. Aan de dakisolatienorm wordt echter al vroeger gesleuteld.

De dakisolatienorm is vanzelfsprekend van groot belang voor de syndici, vastgoedmakelaars en rentmeesters die actief zijn in het Vlaams Gewest. In wat volgt, geven we een overzicht van hoe de norm vandaag is ingevuld en wat er de komende jaren zal wijzigen. We baseren ons daarbij op de ontwerpteksten die in een vrij finaal stadium zitten. De kans dat er nog ingrijpende aanpassingen aan de voorziene nieuwe regelgeving komen, achten we eerder klein. We berichten alvast verder wanneer de hervorming definitief is goedgekeurd.

HOE ZIET DE DAKISOLATIENORM ER VANDAAG UIT?

Deze sinds 1 januari 2013 in het technisch verslag opgenomen norm stelt dat iedere woning in Vlaanderen moet voorzien zijn van dakisolatie, weze het nu een woonhuis, een appartement, een studio, … Kamers zijn evenwel vrijgesteld. Bij de beoordeling wordt geen rekening gehouden met daken kleiner dan 2m².

De aanwezigheid van dakisolatie wordt afgemeten aan de hand van de R-waarde van het aanwezige isolatiemateriaal. Die moet minstens 0,75 m² K/W bedragen, wat overeenstemt met een laag specifiek isolerend materiaal van 3 à 4 cm (de precieze minimale dikte hangt af van het gekozen materiaal). Materialen met een lambdawaarde van hoogstens 0,10 W/mK worden als geschikte isolatie beschouwd. Niet-onbelangrijk: in geval van een onverwarmde en onbewoonde (niet-ingerichte) zolder wordt een geïsoleerde zoldervloer ook als een geïsoleerd dak beschouwd.

Voor de quotering wordt in eerste instantie gekeken naar het EPC (indien aanwezig). Als het EPC een R-waarde vermeldt die lager is dan 0,75 m² K/W of aangeeft dat er geen isolatie aanwezig is, worden strafpunten toegekend. Het moet hier gaan om een feitelijke vaststelling. Met een defaultwaarde wordt geen rekening gehouden.

Is er geen EPC of kan op basis daarvan geen oordeel worden gevormd (defaultwaarde), dan gaat de woningcontroleur over tot visuele vaststelling. Dit impliceert dat de woningcontroleur met eigen ogen moet kunnen zien dat de dakisolatie ontbreekt of niet voldoet. Daarbij wordt nooit overgegaan tot destructief onderzoek. In geval van een afgewerkt dak zal de controleur bijvoorbeeld nooit een gat boren om de isolatie te checken. Dan kan de controleur gewoonweg geen vaststelling doen en wordt er dus niet gequoteerd. Als de controleur niets kan waarnemen worden er geen strafpunten aangerekend.

Voor de dakisolatienorm is een tijdspad voorzien, met het oog op een gefaseerde invoering. Zeer concreet betekent dit dat op 1 januari 2020 de laatste stap wordt gezet, richting 15 strafpunten bij inbreuken voor daken van 16m² of groter.